DAG 1: Schiphol naar Hvolsvöllur
Al ooit met compleet verstopte sinussen en een rokershoest op een vliegtuig gezeten? Nee? Wel, ik kan het je ook absoluut niet aanraden, maar dat is wel hoe dit IJsland avontuur begint! En IJsland inspireert, overweldigt en x, zonder er iets om te geven hoe je je voelt. Als je weet dat Jules Verne in 1864 al geïnspireerd was door dit land toen hij zijn Voyage au centre de la Terre schreef, wordt het duidelijk dat IJsland geen hype is van de laatste jaren. Het is geen overroepen Instagramlocatie zonder echte waarde en het is geen plek voor mensen zonder ruggengraat. IJsland is onverbiddellijk.
En dat merken we al meteen als we landen na een lange ochtend. We zijn een paar uur eerder vertrokken op een zonnig Schiphol (Iceland Air vliegt blijkbaar niet rechtstreeks op Reykjavik vanuit Brussel in de winter) en eenmaal hier geland tikt de temperatuur onmiddellijk negatief aan. De nogal stevige turbulentie was al een waarschuwing, maar nu voelen we ook zelf hoe de wind tekeer gaat. Jassen maar goed dicht trekken, want we moeten eerst nog met de bus tot aan de gate gebracht worden.
Vandaag staat er eigenlijk nog niets op het programma. Het enige dat ik moet doen is landen, mijn auto regelen en naar mijn eerste accommodatie rijden. Dat landen is al gelukt, die auto geeft me toch iets meer stress. Iets met verzekeringen en dat onverbiddelijke IJslandse landschap; if you know, you know. Ik vraag bij de rental company dan ook van naaldje tot draadje na hoe de verzekering hier exact in elkaar zit (spoiler: niks huren via Icerental, gewoon niet doen, komt niet goed). Gelukkig is de vrouw achter de balie meteen heel behulpzaam en legt ze alles duidelijk uit. Ik neem dan nog maar even een extra verzekering bij, want ja, wat is die honderd euro extra nu tegenover de zevenduizend die ik deze zomer heb moeten leggen. Mogelijk heb ik daardoor wel de hele rij een half uur lang opgehouden, maar ze moesten eens weten… Misschien zouden zij dan op hun beurt hetzelfde doen.
Als alles dan eindelijk geregeld is moeten we enkel nog onze auto gaan zoeken op de parking en onze bagage inladen. Ik heb online een behoorlijk ruime Kia Sportage 4x4 gehuurd, maar eens we op de rental parking met onze sleutel klikken, wordt duidelijk dat het “evenwaardige model” dat wij kregen een Mazda is met de kofferruimte van een Renault Clio. Een kofferruimte met automatisch kofferdeksel, dus je kan niet eens proppen en dan hard dat deksel dicht slaan. Nee, dit wordt strategisch puzzelen en hopen dat er binnen een paar dagen nog iemand op die achterbank kan. Gelukkig heb ik juist mijn brufen genomen want dit is even het obstakel te veel (had ik al gezegd dat deze ochtend plots mijn ID kaart spoorloos bleek en ik heb moeten zoeken naar mijn paspoort zodat ik effectief op een vliegtuig kon stappen?). Gelukkig ben ik een meester-tetrisaar (is that even a word?) en krijgen we de koffer na een dikke tien minuten toch toe. Voor nu.
Op naar het volgende obstakel. Wij (ik en mijn mama, die deze keer mijn assistent van dienst is) denken enkel nog even het adres van ons logement in te moeten geven, maar niets blijkt minder waar: blijkbaar zijn wij twee digibeten die een simpele Mazda niet bediend krijgen. Het probleem? Het scherm van ons dashboard wil niet aan. De handleiding is absoluut geen hulp, dus bellen we naar de enige echte hulplijn: Robin die alleen thuis zit en op ons nieuwe huis past. Je moet je dan vooral voorstellen hoe dat telefoongesprek eraan toe gaat:
Ik: *Belt vanuit een vreemd land zonder enige context *
Ik: Robin, ik heb een probleem.
Robin: Euh, oké?
Ik: Het scherm van de auto gaat niet aan en ik heb geen GPS.
Robin: Oké?
Ik: Google eens hoe ik dat moet oplossen
Robin: *doet zijn werk en vindt uiteindelijk op een Reddit forum dat zegt dat er een glitch is in sommige modellen van die Mazda waardoor je eerst vijf seconden lang op de volume knop moet duwen voor het scherm aan gaat (logisch toch)*
Je vraagt je natuurlijk af waarom ik dat zelf niet kon opzoeken en het antwoord is simpel: ik ben gewoon al beginnen rijden want ik heb ADHD, geen geduld en de attitude van “het komt wel goed”. Als je denkt dat ik mijn shit together heb, niet dus. Maar bon, die volumeknop heeft ons probleem gefixt, dus nu kunnen we eindelijk vertrekken richting Hvolsvöllur (en nee, ik kan je niet leren hoe je dat uitspreekt zonder een ontzettend plat Vlaams accent en met een sexy IJslandse tongval).
De tekenen van winter zijn duidelijk zichtbaar: zowel grote als kleine rivieren die we passeren zijn stevig dichtgevroren en hier en daar zien we locals schaatsen op dat ijs, wat aangeeft dat het geen laagje ijs van gisterennacht is. Het is hier al een tijdje koud, maar sneeuw is in geen velden of wegen te bekennen. Mijn Mazda bolt voorlopig goed en in het verdwijnende daglicht leg ik samen met mama de weg af die ik in de zomer al tal van keren bereed (tour guide mode on want hoe meer slaap ik nodig heb, hoe meer ik de nood voel om elke stilte vol te praten, as you do).
We slapen vanavond dus in Hvolsvöllur. Google noemt het heel optimistisch “stad in IJsland”. Moest je in België stad zeggen tegen een boerengat met 700 inwoner, je had het sowieso aan de stok met Jos of Bert die graag willen mansplainen dat dat écht wel geen stad genoemd kan worden. Het is verder ook geen “stad” met veel geschiedenis, aangezien het eerste huis er pas werd gebouwd in 1932 en net zoals de meeste “stadjes” in IJsland heeft het een look waar 1987 Sovjet-Unie jaloers op zou zijn. Ik bedoel dat geenszins beledigend, maar mensen die IJsland kennen moeten toch wel toegeven dat je dit land niet bezoekt omwille van de charme van de dorpjes (sorry, stadjes).
Hvolsvöllur is het uitgangspunt voor excursies naar de highlands, vooral richting het bekende Landmannalaugar en Thorsmork. Het ligt ook vlakbij de grootste watervallen van Zuid-IJsland, zoals de Skogafoss en Seljalandfoss (wist je al dat “foss” waterval betekent?). Het is ook het laatste stadje voor Vik, dat 80 kilometer verderop ligt. Voor de liefhebbers: ze produceren hier ook de bekendste IJslandse hotdogs. Als dat geen random weetje is dat Wikipedia naar mijn hoofd smijt (ik probeer hier in deze blogs enigzins informatief te zijn, laat me weten als je verder geen informatie over hotdogs wenst - maar weet ook dat we dan geen vrienden kunnen zijn).
Het is ondertussen donker als we aankomen bij het Midgard hotel, helemaal aan het einde van het dorp, aan het einde van een doodlopend wegje. We parkeren onze Mazda tussen de excursiebusjes en slepen de valiezen naar binnen (slepen is het juiste woord hier). Het Midgard hotel/hostel is eigenlijk veel leuker dan Booking.com op het eerste zicht deed lijken (een waar talent van booking). De lobby is het toonbeeld van hoe een hostel eruit dient te zien: bankjes gemaakt van geschilderde paletten, kussens in alle kleuren van de regenboog, strandstoelen die aan het plafond hangen en nu dienst doen als schommel met daarnaast een gezellig restaurant. Twee jonge vrouwen ontvangen ons vriendelijk en geven ons zelfs een rondleiding door de hostel (ze zijn duidelijk trots op hun rooftop hottub en sauna). Voor ons is het evenwel tijd om gewoon te crashen in ons bed. Na nog even onze zakjes kampeervoeding te hebben opgesmuld, is het ein-de-lijk tijd om te slapen (ik heb het gevoel dat ik dat al weken niet meer heb gedaan).
En hier heb je het: twee volledige A4’s blog over een dag waarin we helemaal niets gedaan hebben. Ik hoop dat je al uitkijkt naar morgen, want dan gaan we wel degelijk iets doen! Als je houdt van flashy videocontent die je dit allemaal kan vertellen in minder dan 30 seconden - mij niet bellen. Nu nog hopen dat ik de foto’s van vandaag van mijn camera krijg, zodat ik deze tekst effectief online kan smijten. Wish me luck.